Projecten

Hieronder vindt u korte beschrijvingen van een aantal projecten die de Stichting Census recent heeft uitgevoerd of in uitvoering heeft. Het betreft een selectie dat een beeld geeft van de diversiteit van ons onderzoek.




Meles meles (L)

Lutra (VZZ) / Vereniging Das&Boom

The 2001 badger survey (NL)

In 2004 nodigde het zoogdierblad Lutra Census uit een uitgebreid artikel te schrijven over het landelijke dassenonderzoek van 2001. Dit onderzoek was verricht in opdracht van de Vereniging Das&Boom voor het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Census heeft er de voorkeur aan gegeven de resultaten in het Engels te publiceren en zo een bredere verspreiding aan de resultaten. In het onderstaande is de samenvatting met een verwijzing naar het tijdschrift van publicatie opgenomen. Verder kan het artikel in zijn geheel, inclusief tabellen en figuren, worden gedownload.

Samenvatting
Verspreiding van de das (Meles meles L.) in Nederland, periode 1995-2001 In 2000-2001 is een landelijk verspreidingsonderzoek aan de das (Meles meles) verricht. Dit onderzoek zou bijdragen aan de tussentijdse evaluatie van het dassenbeheersbeleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Daarbij richtte het zich op de verspreiding van geschikt leefgebied, bezettingsgraad en continu´teit in bezetting en uitzetacties. Bovendien werden - buiten de directe verspreidingsdoelen van het beschermingsplan - het verdwijnen van burchtlocaties en de verstoring van dassenburchten tot onderwerp van het onderzoek gemaakt. Behalve met het verspreidingsonderzoek uit 1995 werden de ontwikkelingen in de verspreiding ook vergeleken met burchtonderzoeken uit 1960, 1970, 1980 en 1990. Het onderzoek is vooral gebaseerd op veldwerk. Per kilometerhok (= 1 km2) werd vastgesteld of er sprake was van bezetting door de das, dat wil zeggen, aan de hand van bewoningssporen op en bij dassenburchten.

In eerder onderzoek naar het leefgebied van de das (1995) werd 15% van het onderzoeksgebied (circa 25.000 km2) als geschikt voor de das aangemerkt. In 2001 was 25% van dit potentiŰle leefgebied door de das bezet. De bezettingsgraad in het noorden en oosten van Nederland (8%) bleek beduidend lager dan die van het midden en zuiden (37%). De toename in de verspreiding sinds 1990 was echter voor het noorden en oosten ruim twee keer zo groot als die in het midden en zuiden van het land, respectievelijk 96% en 44%.

Op Nederlands grondgebied zijn vanaf 1960 circa 4.400 burchtlocaties vastgesteld. Hiervan zijn in 2000-2001 ruim 2.500 locaties (57%) bezocht, waarbij 44% van de locaties bewoond bleek te zijn. Het aantal bezette kilometerhokken in 2000-2001 bedroeg 948; een toename van 29% ten opzichte van 1995 (736 bezette kilometerhokken). De groei in de periode 1995-2001 van de kernpopulaties (n=11 in 2001) bedroeg 30%. De splinterpopulaties (n=9 in 2001) namen in oppervlak met 48% toe. De verspreide vestigingen (n=25 in 2001) namen in deze periode 17% in oppervlak af. De gemiddelde afstand tussen kernpopulaties die vanaf 1980 bestaan, nam in de periode 1980-2001 af met 25% (van 28 naar 21 km).

De regionale groei in de periode 1995-2001 bedroeg in Friesland 36%, het Rijk van Nijmegen/Land van Maas en Waal 29%, en Midden-Limburg 27%. Onder het gemiddelde bleef Zuid-Limburg (18%). Nauwelijks tot geen groei werd vastgesteld in het Reestdal en op de Veluwe (1% groei). Ook in de Achterhoek was nauwelijks sprake van groei, behalve dan door uitzetacties.

De continu´teit in de dassenverspreiding op kilometerhokschaal nam toe. Vanaf 1960 waren 1.880 (73%) bezette kilometerhokken ook in het daaropvolgende peiljaar bezet. Vanaf 1960 werd bewoning door de das in 1.402 kilometerhokken vastgesteld. Hiervan waren 257 kilometerhokken voor het eerst bezet in 2001. Vanaf 1960 waren 253 kilometerhokken slechts ÚÚn keer bezet. In 115 kilometerhokken was sprake van continue bewoning sinds 1960. De resterende 892 kilometerhokken waren meer dan eens bezet, maar niet continu.

Van de totale verspreiding in 2001 is 84% geconcentreerd in drie grote populaties (Veluwe, Zuid-Limburg en de Maasvallei). Deze populaties kwamen met een gezamenlijke groei in de verspreiding van 36% in de periode 1995-2001, boven het landelijk gemiddelde uit. Dit was geheel te verklaren uit de toename van het verspreidingsgebied in de Maasvallei. In de periode daarvoor, 1990-1995, lag de groei in deze gebieden nog onder het landelijk gemiddelde (respectievelijk 12% en 16%). Toen concentreerde de groei zich met name in Zuid-Limburg.

In de periode 1987-2001 zijn 210 dassen uitgezet. Dit gebeurde op 26 uitzetlocaties in zeven provincies. Bijna een derde van de dassen is na uitzetting dood teruggemeld. Het aandeel van herintroductie- en uitzetactiviteiten vanaf 1987 in het landelijke verspreidingsbeeld bedroeg minstens 37 kilometerhokken: 4% van de landelijke verspreiding anno 2001. In de periode 1995-2001 verdwenen 202 burchtlocaties: 8% van het totaal aan onderzochte burchtlocaties. Hiervan was in 1995 20% door dassen nog bewoond (39 burchten). Het aantal vernietigde burchtlocaties (94) daalde in vergelijking met de periode 1990-1995 met 39%.

Complete PDF-versie van het artikel (4,5 Mb): download.


Use of badger tunnel by two badgers - Foto copyright Kees Campfens


Gulo Gulo (L)

Wolverines in Finland

In April 2003, the Census Foundation conducted a pilot study on Wolverines in Finland.

The Pilot study was prepared and conducted in co-operation with the Finish Natural Heritage Services and the Finnish Frontier Guard. The research area is situated in the middle of Finland, about 260 km south of the polar circle, countered by the Russian border and has a size of 30 by 10 km. The object of the study was to test research methods and research applications, which were developed by the Census Foundation on behalf of research for badgers (Meles meles). The idea of these methods and applications is to tag data findings to standard spatial squares which makes it possible to calculate distribution and distribution trends. Are these methods suitable for conducting research on distribution, and monitoring of the wolverine-population? Are these methods and applications compatible to the data findings which are gathered by the existing research methods on the wolverine in Finland?

During the fieldwork of this project data on dens and prints of wolverines were gathered. The collected data findings made clear that 4 wolverines were present in the research area. During the study one active den and one temporary den were found.

The conclusion of the project is that the research methods and applications are compatible and that they can contribute to research on the distribution and density of the wolverine population. This pilot project proposes to use the spatial parameter of 100 km2 (10x10 km) to process data findings on locations of wolverine prints and to use the spatial parameter of 49 km2 (7x7 km) to process data findings of wolverine dens. For a PDF version of the research report (size 1,7 Mb): download.


Veelvraat (Gulo Gulo, L) Foto copyright Lassi Rautianen


Meles meles (L)

Forstamt Kreis Kleve - Reichswald

Monitoring Dassen in het Reichswald

Het Forstamt Kreis Kleve verzorgt het beheer van het Reichswald: een uitgestrekt boscomplex vlak bij de grens van Nederland ter hoogte van Nijmegen. In het verleden rond 1980 heeft rekolonisatie van leefgebieden op Nederlands grondgebied plaatsgevonden vanuit dit gebied. De dassenpopulatie in het Reichswald is van bovenregionaal belang.

Reichswald bij Kleve (Duitsland)

CENSUS heeft in samenwerking met het Forstamt een inventarisatie en vervolgens een monitoring opgezet. CENSUS heeft hiervoor een standaard ontwikkeld, waarbij het verzamelen van gegevens in het veld wordt gecombineerd met gesprekken met sleutelpersonen. Census voert op deze basis dit onderzoek sinds het jaar 2000 uit. PDF Dachse im Reichswald bis zum Jahre 2003 (Grösse 0,7MB): download.



Lutra lutra (L)

Otters in Pieniny (PO)

Status and threats of the otter in the Czorsztyn-Pieniny area

Summary
At the end of 2003 in the context of a preliminary study, the Census Foundation conducted a research study on the status and threats of the otter in the Czorsztyn-Pieniny area (200 km²). The area is located in the foothills of the Carpathians on both sides of the Polish-Slovakian border and comprises the Pieniny National Parks.

Research locations were determined based on their strategic situation and spread within the search area and covering the present habitat types (lake, river and stream). Locations were researched in compliance with the international survey standards.

During the research, at about 90% of the 98 places visited, the presence of the otter was established. From the largest of rivers and the lake, up to the smallest streamlet (potok) under bridges and on banks proof of otter presence was found. The otter used all the habitat types present in the area.

A first and preliminary assessment of threats to the otter is made, showing that at least the situation in the dam reservoirs is a matter of concern. The reservoirs are filled since 1997 and are not in an ecological equilibrium yet. Especially the development of the ichtyofauna is subject to dynamics. This picture was based on available results of research on the ichtyofauna (Starmach and Jelonek). The Czorsztyn reservoir also suffers from erosion. Other factors e.g. agriculture and recreation still await further description because of the developments expected in the near future and on the longer term.


Otterprenten omgeving Pieniny 2003


Future research
In the second section of the report, indications for future research on the otter are discussed, including means and useful methods that will make the assessment of the otter population and its development possible. Locations of fresh spraints are particularly of importance within this context. Monitoring the situation of the otter can be useful in reference to the habitat requirements of the species, but is not in all cases a direct or complete indication of the quality of the aquatic habitat in general and its value for other regions. To this end the assessment of the habitat is also included in the programme and a.o. an extension of the study area is suggested.

Study on the otters - apart from its value in itself - proves to be a useful lever to assess the situation of the littoral zone and the freshwater-habitat in general and is expected to contribute to the management and development of nature in the future.

To see the slideshow of the area: Slideshow
To download the report.



Meles meles (L)

Vereniging Das&Boom

Registratie en Volgsysteem Dassen (NL)

Inleiding
de Vereniging ontving opdracht van het Ministerie van LNV voor het verrichten van een nationaal verspreidingsonderzoek van de das. De Vereniging benodigde een applicatie die verschillende gegevensgroepen combineerde.

Doelstelling
De applicatie diende bovendien het veldwerk voor te bereiden aan de hand van betrouwbare historische rapportage. Bovendien integreerde het systeem de volgende gegevensgroepen:

  • historische verspreidingsgegevens
  • veldwaarnemingen
  • mortaliteitmeldingen
  • sectieverslagen
  • voorzieningen
  • inspectiegegevens

  • http://www.censusnature.nl/documents/Census_2000_Werkwijze.pdf

    Met deze indeling realiseerde een totaaloplossing voor alle gegevens- stromen die van belang zijn voor het werk van de Vereniging. De veldmedewerkers en de onderzoeksmedewerkers zouden als gebruikers van het systeem met het systeem moeten gaan werken en dienden ingewijd te worden.

    Resultaten
    De applicatie wordt momenteel door Das&Boom gebruikt bij het vervullen van opdrachten en het beantwoorden van informatievragen. Het betreft hier onder meer gemeenten, rijksoverheid en particulieren. Voor een verdere detaillering en screenprints van de applicatie download.



    Broedvogels Moyland (DU)

    Broedvogels Moyland (DU)

    De stichting Census heeft in het voorjaar van 2002 in opdracht van baron von Steengracht een broedvogelonderzoek uitgevoerd op het landgoed Moyland in Duitsland. Het landgoed Moyland ligt ten zuiden van de Rhein tussen Kleve en Kalkar. Het beheer van het landgoed is er op gericht het kleinschalige cultuurlandschap te behouden.

     Geelgors in Moyland

    Midden door het landgoed loopt een oude opgeheven spoorlijn. Met het onderzoek wil het landgoed informatie verzamelen over de resultaten van het gevolgde beheer, met name voor vogels van de rode lijst van Nord Rhein Westfalen. In het voorjaar van 2002 zijn alle broedvogels van een deel van het landgoed gekarteerd via de methode uitgebreide territoriumkartering (van Dijk et al. 1996). Het onderzoek toont aan dat het landgoed Moyland in verhouding veel broedvogels van het kleinschalige cultuurlandschap herbergt. Vooral de soorten geelgors, veldleeuwerik, grasmus, kneu en spotvogel komen in relatief hoge aantallen voor. Van de meest bedreigde soorten in Nord Rhein Westfalen komen tapuit, kwartel en patrijs op het landgoed voor. Opmerkelijk was dat deze vogels zich juist concentreren in de omgeving van het traject van de oude spoorlijn.